Hackevents, cyberevents en educatieve projecten—je kunt het zo gek niet bedenken of Henk is erbij. Zijn motivatie komt voort uit wat hij in de praktijk ziet, onder andere via zijn vrijwilligerswerk bij Hack_Right, een taakstrafprogramma dat fungeert als een soort Bureau HALT voor cyberdelicten.

“Te veel ellende gezien,” zegt hij stellig. “Dan kan ik niet stilzitten. Ik móét iets doen. Bovendien spreek ik regelmatig ethical hackers die in hun jeugd met eenzaamheid worstelden, omdat ze zich vaak ‘anders’ voelden dan hun klasgenoten.”

Volgens Henk is er een duidelijke gemene deler binnen deze groep. “Het zijn vaak jongeren met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ze denken out of the box, zijn autodidactisch, hebben een grote interesse in ICT en andere interesses dan de gemiddelde leeftijdsgenoot. Daardoor botsen ze soms met docenten en klasgenoten. Maar als je ze goed begeleidt, kunnen ze ongelooflijk veel en komen hun talenten tot wasdom.”

Nieuwe vaardigheden voor een veranderende wereld

Naast zijn vrijwilligerswerk bij de stichting Cyberbrein is Henk professioneel betrokken bij het opzetten van een practoraat bij Aventus en actief in de innovatiehub van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD). Daarnaast werkt hij samen met 18 gemeenten binnen het RIEC in Friesland aan cyberbewustzijn op spoor 1: Eigen Huis op Orde.

Volgens hem verandert het werkveld van beveiliging en opsporing in hoog tempo. “Vroeger had je vooral spierballen nodig om boeven te vangen. Nu gaat het om kennis van en het kunnen toepassen van technologie—bijvoorbeeld drones en digitale opsporingsmethoden.”

In het practoraat staat die ontwikkeling centraal. Studenten gaan werken aan praktijkgerichte vraagstukken en maken kennis met nieuwe technologieën. “Denk aan het analyseren van dronebeelden bij grote evenementen of het herkennen van digitale sporen op een plaats delict. Dat vraagt om een combinatie van vaardigheden.”

Daarbij hoeft niet iedereen alles te kunnen, benadrukt Henk. “Maar je moet wel begrijpen welke vragen je moet stellen aan ICT-specialisten.”

Leren door te doen

Het practoraat richt zich nadrukkelijk op praktijkgericht onderzoek. Studenten krijgen de kans om met actuele vraagstukken aan de slag te gaan, vaak in samenwerking met het werkveld.

“Ik gaf eens een gastles op het mbo en kreeg na drie slides de vraag: ‘Blijft het zo saai?’” vertelt Henk. “Dat was voor mij een eyeopener. Deze studenten willen uitgedaagd worden. Ze stellen kritische vragen—en dat is precies wat je nodig hebt bij praktijkgericht onderzoek: eerlijke feedback.”

Hij ziet het practoraat als een belangrijke schakel tussen onderwijs en praktijk. “Innovaties ontstaan vaak op universiteiten en komen daarna in een lectoraat terecht voor het bouwen van een prototype. Maar uiteindelijk moet je testen of iets in de praktijk werkt. Daar ligt een belangrijke rol voor het practoraat. Studenten kunnen bovendien waardevolle feedback geven op technologie die nog in ontwikkeling is.”

 

Verbinden als sleutel

Volgens Henk ligt de kracht in samenwerking. “Er liggen enorme kansen bij partijen als defensie en de politie. Maar het duurt vaak lang voordat innovaties echt landen. Door onderwijs en praktijk beter te verbinden, kunnen we dat versnellen.”

Het CVD speelt daarin een belangrijke rol. “Het is dé plek om werkveldpartners en onderwijs samen te brengen. We brengen praktijkvraagstukken het klaslokaal in en krijgen daar nieuwe inzichten en oplossingen voor terug.”

Een concreet voorbeeld is een hackathon over digitale opsporing van illegaal vuurwerk die gepland staat voor november 2026. “Jongeren van 10 tot 15 jaar weten vaak precies hoe dit werkt. Die kennis moeten we benutten. Door ze te betrekken, ontstaat er een waardevolle wisselwerking.”

 

Een duidelijke missie

Uiteindelijk draait alles voor Henk om één doel: een veiligere digitale wereld. “De wereld verandert snel. We hebben mensen nodig die nieuwe dreigingen kunnen herkennen en aanpakken.”

Zijn aanpak is helder: jong talent vroeg signaleren, begeleiden en verbinden met de praktijk. “Als we dat goed doen, kunnen we veel ellende voorkomen.”

Zijn droom? “Dat we die verbinding echt structureel voor elkaar krijgen. Dat jongeren, onderwijs en werkveld elkaar vanzelf weten te vinden. Zo’n practoraat kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Dán maken we samen het verschil.”

 

Initiatiefnemers: