Jaap Knotter is lector van het joint lectoraat Technologies for Criminal Investigations (Research Group TCI) en leading lector van het zwaartepunt Veiligheid & Digitalisering (Saxion). Daarnaast is hij verbonden aan het kenniscentrum Criminaliteitsbeheersing, Intelligence & Opsporing van de Politieacademie.

Wat motiveert jou om ambassadeur te zijn voor het CVD?

Als lector van het joint lectoraat Technologies for Criminal Investigations stuur ik een multidisciplinaire onderzoeksgroep aan. Wij hebben grofweg twee focusgebieden. Het ene richt zich op technologie en opsporingsvraagstukken in de fysieke wereld, terwijl het andere zich richt op opsporing en technologie in de digitale wereld.

Onderzoekers van mijn lectoraat zijn dagelijks aanwezig in het CVD en staan daarmee in direct contact met alle partners. De korte communicatielijnen, het gebruik kunnen maken van elkaars kennis, expertise en bijbehorende netwerken, de aanwezigheid van gemotiveerde studenten en de nieuw ingerichte onderzoeksfaciliteiten zorgen ervoor dat wij volop kansen zien om samen te werken.

Als ambassadeur probeer ik deze kansen en de bijbehorende unieke faciliteiten, infrastructuur en ecosystemen uit te dragen naar buiten, waardoor de zichtbaarheid wordt vergroot en meer (externe) partners de weg naar het CVD weten te vinden.

Wat is het eerste wat volgens jou op de agenda moet als het gaat over veiligheid en digitalisering of op de CVD-agenda?

Meer aandacht voor opsporingsvraagstukken, zoals ondermijning en de rol van geavanceerde technologie. Zowel kennis- en expertiseopbouw, productontwikkeling als de toepassing ervan in de operationele praktijk (met alles wat daarbij komt kijken). Dus ook aandacht voor wet- en regelgeving, ethiek en operationele vraagstukken, plus het dissemineren van deze kennis (bijvoorbeeld door het gezamenlijk aanbieden van opleidingen en trainingen).

Hoe draag jij in je werk bij aan een veiliger digitaal Nederland?


Binnen onze onderzoeksgroep focussen wij ons vooral op technologie en opsporingsvraagstukken. Binnen het CVD richten we ons met name op digitale opsporingstechnologie (door ons intern aangeduid als ‘data-driven investigations’).

Welke technologieën kunnen we ontwikkelen en gebruiken om criminaliteit die zich afspeelt in de digitale wereld snel te detecteren, plegers te lokaliseren en te identificeren, en bewijs te verzamelen en te borgen dat gebruikt kan worden in vervolgstappen binnen ons rechtssysteem?

Daarbij kunnen we ook veel leren van de andere kant (plegers): welke technieken en werkwijzen gebruiken zij, en in hoeverre kunnen veiligheidsorganisaties daarvan leren en gebruikmaken?

 

Wat vind je belangrijk om mee te geven over dit vakgebied?


Met samenwerking en krachtenbundeling kom je veel verder. Het ontschotten van wetenschappelijke disciplines, maar ook breder kijken dan alleen je eigen ‘eilandje’ (of dit nu WO, hbo, mbo of de operationele praktijk is), is daarbij erg belangrijk.

Wij zetten ons vooral in op (enabling) technologie (research & development) rondom opsporingsvraagstukken die relevant zijn voor politie en justitie, maar ook voor bijzondere opsporingsdiensten, defensie, handhavers en toezichthouders. Daarbij staat de vraag en behoefte van de professionele eindgebruiker centraal.

De samenwerking met private partners is, zeker bij productontwikkeling, van eminent belang. In een publiek-private samenwerking (PPS-constructie) zijn we immers in staat om niet te stoppen bij het opleveren van een prototype, maar producten daadwerkelijk naar de markt te brengen. Hierdoor komt implementatie binnen organisaties van veiligheidsprofessionals een stap dichterbij.

 

Wat betekent ‘samenwerken aan veiligheid en digitalisering’ voor jou persoonlijk?


Elkaars krachten zien en deze benutten. Het verbinden van de zogeheten vier O’s: onderzoek, onderwijs, operatie en ondernemerschap.

 

Initiatiefnemers: