Digitale ontwikkelingen gaan razendsnel, een open deur. Maar hoe zorg je dat een organisatie niet alleen vakkennis bijhoudt, maar ook competenties ontwikkelt om te functioneren in een digitale maatschappij? 

“Ik ben graag een van de eersten met nieuwe ontwikkelingen,” zegt Schalk. Samen met andere early adopters binnen verschillende eenheden ging hij aan de slag. Bij eenheid Oost kreeg hij de ruimte om door te ontwikkelen en zo landelijk koploper te worden. Maar al snel werd duidelijk dat pionieren alleen niet genoeg was. 
“Je krijgt niet iedereen mee met losse initiatieven en koersen op onderbuikgevoel. Op een gegeven moment heb je de digitale middelen,” zegt Schalk, “maar hoe transformeer je je organisatie zodat je ze goed en efficiënt gebruikt? En weet je ook welke vaardigheden je structureel nodig hebt?” 

Van pionieren naar onderbouwd veranderen 

Voor die vraag schakelde politie-eenheid Oost de hulp in van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD). Daar ontstond de Professionaliseringsopgave LLO Onderwijs Politie (eenheid Oost), kortweg PLOP. Met subsidie uit de LLO-katalysator werd onderzoek mogelijk dat richting gaf aan de digitale transformatie. Onder regie van het CVD werd samen met de Politieacademie en regionale onderwijsinstellingen Aventus, Saxion en Universiteit Twente werd gewerkt aan een visie op Leven Lang Leren en Ontwikkelen. 

Leren als strategische opgave 

Derk Jan Nijman (associate lector Saxion) leidde het onderzoek, dat nauw aansluit bij zijn intrinsieke motivatie. 
“Mijn interesse ligt al langer bij de vraag hoe mensen bijblijven,” vertelt hij. “Hoe stimuleer en faciliteer je dat, zodat de arbeidsmarkt in balans blijft? Thema’s op het gebied van veiligheid en digitalisering spelen daarin een steeds grotere rol.” 

De LLO-katalysator werkte als versneller. Niet omdat alles ineens geregeld was, maar omdat duidelijk werd wat er moest gebeuren en vooral: met wie. 
“PLOP was misschien een klein onderzoek, maar het effect was groot”, zegt Nijman. “We ontdekten dat we veel meer met elkaar kunnen dan we dachten. Op zo’n groot thema doet iedereen iets, maar niemand kan het alleen. Het laat zien dat samenwerking niet alleen nodig is, maar ook haalbaar.” 

 Geen project, maar een cultuurverandering 

De echte uitdaging voor het bewerkstelligen van de verandering zit uiteindelijk in de organisatie zelf. Volgens Nijman is dat niet zomaar een cultuurdingetje. “Dit raakt het primaire proces. Hoe mensen hun werk zien, hoe ze samenwerken, hoe systemen worden gebruikt. Dat is een enorm veranderproces. En dat geldt niet alleen voor de politie.” 

“Je kunt wel een datum prikken voor implementatie,” vult Schalk aan. “Maar zo werkt het niet bij een organisatie van deze omvang. Het gaat veel dieper om dat te bereiken. Het vraagt andere vaardigheden en ander leiderschap.” 

Digitale fitheid vraagt meer dan technische skills 

Hoewel we als samenleving steeds digitaler zijn, wil het niet zeggen dat iedereen digitaal fit is. “Voor wat het begrip ook precies mag inhouden”, zegt Nijman. “Digitale fitheid wordt vaak genoemd, maar wanneer bén je dat? Goed zijn op social media is niet hetzelfde als digitaal vaardig zijn.” Schalk vult aan: “Jongeren groeien ermee op, maar zien vaak de risico’s niet,” zegt Schalk. “De zittende generatie heeft het zien ontstaan, de gevaren gezien en vindt het soms lastiger om ermee om te leren gaan. Uiteindelijk moeten die werelden naar elkaar toe groeien. “We leiden nog steeds hetzelfde op,” zegt Schalk, “maar voegen digitale componenten toe. Het is belangrijk dat we daarin aandacht hebben voor de verschillende generaties die binnen de politie werkzaam zijn.” 

Netwerken als nieuwe kracht 

Kan de politie de digitale kloof dichten? “Niet volledig,” erkent Schalk. “Criminelen kunnen voorlopen. Maar in deze tijd geldt: niet kennis is macht, maar kennissen is macht. Je hoeft niet alles zelf te weten, maar je moet weten wie je nodig hebt.” Dat vraagt om openheid — ook van een organisatie als de politie. “We moeten durven erkennen dat we het niet alleen kunnen,” zegt Schalk. “Dat is geen zwakte, maar een randvoorwaarde om beter te worden.” 

Wat de burger hiervan merkt 

Volgens beide mannen zit de echte opbrengst niet in rapporten, maar in de dagelijkse praktijk. Nijman ziet vooral de kracht van de samenwerking. “Onderwijs en politie houden elkaar een spiegel voor. We leren van elkaar, we scherpen elkaar aan. Daar zit enorme winst en kunnen we nog veel meer bereiken. Dat zien we nu al gebeuren. Het is een stevige basis voor een nieuwe manier van samenwerken.” 

 “Uiteindelijk wil je dat burgers betere dienstverlening ervaren,” zegt Schalk. “Als ze slachtoffer worden, moeten ze goed toegeruste agenten tegenover zich krijgen.” 

Dat betekent concreet: sneller geholpen worden, beter geïnformeerd worden en een politieorganisatie die digitaal vaardig genoeg is om mee te bewegen met nieuwe vormen van criminaliteit. 
“Dit traject draagt daaraan bij,” zegt Schalk. “Niet morgen of met één ingreep, maar structureel.” 

Het PLOP‑project laat perfect zien hoe we binnen het CVD werken. We koppelen concrete vragen uit organisaties – in dit geval Politie Oost‑Nederland – aan onderzoek én LLO en we experimenteren tegelijk met vormen van leren die zo dicht mogelijk in het werk plaatsvinden. Daar leren onze onderwijspartners, de founding partners van het CVD, direct zelf ook van. In nauwe samenwerking met Politie Oost‑Nederland, de Politieacademie en de betrokken onderwijsinstellingen bouwen we aan een flexibele en professionele onderwijskolom die snel kan inspelen op nieuwe veiligheidsopgaven. Door te onderzoeken, kennis te ontwikkelen, toe te passen én terug te brengen naar de praktijk, versterken we niet alleen de professionaliteit van politiemensen, maar werken we ook toe naar een vorm van LLO die écht in het werk verankerd is.

Eline Bleijswijk
Programmamanager LLO

Initiatiefnemers: